Preek zondag 5 augustus

Protestantse Gemeente Zaltbommel i.w.

bijeen op zondag 5 augustus 2018 in de Sint Maartenskerk.

Preek Ds. T. Bouw bij Matteüs 6 : 12 en 18 : 21 - 35

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Wanneer heb jij het voo het laatst gedaan?

De ander om vergeving gevraagd?

Of de ander gemeld dat je het hem of haar hebt vergeven?

Het woord komt niet zo veel voor in ons dagelijks taalgebruik

en meestal verraadt dat ook

het ontbreken aan betekenis ervan in het dagelijks leven.

Dat leek nog anders te zijn in de tijd van de Bijbel.

Matteüs laat zien dat het punt van vergeving

je flink bezig kan houden.

Uiterst serieus vraagt Petrus het Jezus;

hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven?

Is dan zeven maal vergeven voldoende?

Dat is in zo’n situatie toch niet weinig, denkt Petrus.

Hij zet best hoog in, vindt hij zelf.

 

Maar Jezus meet met andere maatstaven.

O hij gebruikt wel een bekende maatstaf.

Die van met gelijke munt terugbetalen.

Die van kwaad met kwaad vergelden,

die eindeloos doorgaande spiraal van wraak

en bloedwraak die toen, en niet alleen toen,

zo gebruikelijk was.

Die maatstaf past hij toe, maar nu op de vergeving.

Daar staat geen maat op,

telkens opnieuw moet je het doen;

kortom

zeven maal zeventig maal

en dat betekent in Bijbeltaal: eindeloos!

 

 

 

 

 

 

Toegegeven,

het klinkt zo prachtig, echt zo Jezus-achtig:

tot zeventig maal zeven maal zal je je de ander zijn schuld vergeven.

Zoals God de Vader dat doet.

Zoals die bijzondere vader in de rechtbank deed.

Maar wat moeten wij ermee?

Vergeving? Ze zien je trouwens aankomen.

Daarmee scoor je toch niet echt in deze tijd.

Daarmee kom je in de vaak harde wereld toch niet verder mee?

 

En toch is verder komen nou precies de bedoeling van vergeving.

Is vergeving niet zomaar iets,

maar een middel om je levensweg te kunnen vervolgen! 

Kijk maar naar de gelijkenis waarmee Jezus zijn oproep

tot eindeloze vergeving illustreert.

De man hééft schuld,

en betaald moet er worden om door te kunnen met zijn leven:

hij met zijn familie, de koning met zijn onderdaan.

Maar zijn schuld is niet terug te betalen,

is veel te groot voor één mensenleven.

Kortom : er staat een grote onoverkomelijke muur voor zijn neus:

zijn weg loopt dood.

 

Dan is het de koning die die muur niet zomaar,

maar na een behoorlijke inspanning en krachtsinspanning verzet:

de weg wordt weer vrij.

Er komt ruimte om te leven, vrijheid om verder te gaan.

Vergeven, zo zegt ook het Grieks, is de schuld weg-geven, weg-zetten,

helemaal aan de kant schuiven.

Zo, dat er weer ruimte komt om de weg samen te vervolgen.

Maar dat verzetten kost dus wel kracht.

Is geen opwelling.

Is geen gevoel, maar een daad.

Je vindt die ander niet opeens aardig of lief.

De schuld is niet weggepraat, maar wordt voortaan niet betaald gezet.

De schuld is niet veranderd in iets onschuldigs,

maar wordt verderop niet meer toegerekend.

 

En daarom wérkt vergeving eigenlijk op zijn best

als er sprake is van erkenning van schuld.

De slaaf ontkent zijn schuld niet,

maar geeft volmondig toe dat hij de Koning álles verschuldigd is.

En als er dan kwijtschelding komt,

komt er werkelijk ruimte voor een nieuw leven, een nieuwe weg.

Deze tekst wérkt pas op zijn best als de schuldige écht schuld bekent,

geduldig wacht tot de ander er klaar voor is

en belooft terug te betalen.

Dan pas wérkt vergeving.

En daarmee bedoelen we:

komt er ruimte voor een nieuwe weg

en een nieuw leven met de ander.

Vergeving is geen eindstation,

maar een tussenstation om dóór te kunnen.

Gelukkig wie zo kan vergeven

gelukkig wie zo kan leven

Jezus verklaarde mensen die dat konden zalig,

echte geluksvogels.

 

Maar zelfs al zou je erin slagen

zo vergevingsgezind te leven

dat betekent niet dat jij alles tot

een gelukkig einde kan brengen.

Zo is het bijzonder bitter als jij wel wílt vergeven,

maar het niet blijkt te werken.

De ander blijft hardnekkig schuld ontkennen

of vervalt telkens opnieuw in dezelfde fout.

Soms blijkt het dan nodig de relatie te verbreken

en de zoektocht naar een verdere gezamenlijke weg

voor korte of langere tijd stop te zetten.

 

De oproep tot vergeving mag ook nooit als breekijzer gebruikt worden.

Mag niet worden tot een benauwende of verstikkende opdracht

die jou klem zet of jou tot zwijgen brengt.

Dan schiet het zijn doel weer totaal voorbij.

Want vergeving was bedoeld om ruimte te geven.

 

 

 

Wat ingewikkeld is dat we erg verschillend kunnen denken

over bij wie de schuld ligt van bepaalde situaties.

Ik heb het dan niet over duidelijke misdrijven of misdaden,

maar over allerlei intermenselijke situaties

waarin mensen zich gekwetst voelen.

 

Je kunt je gekwetst voelen door een bepaalde opmerking,

een bepaalde blik, een bepaald schrijven, een bepaalde actie,

terwijl die ander dat totaal niet zo bedoeld hoeft te hebben;

maar al te vaak vragen we dat niet na

maar vullen het in voor die ander

waardoor je boosheid groter wordt,

niet kleiner.

 

Je kunt je ook persoonlijk gekwetst voelen door beslissingen en ontwikkelingen op je werk,  in je bedrijf, je organisatie, je club, je vereniging, je kerk.

Ontwikkelingen die door anderen juist

als nodig en goed worden gezien.

 

Ook kun jij heel sterk de overtuiging hebben dat dat ene

de schuld is van die ander

terwijl die ander juist vindt dat jij maar eens naar jezelf

moet kijken.

 

Hebben we dan nog iets aan de oproep tot vergeving?

Of moet er dan eerst een scheidsrechter aan te pas komen

om te bepalen waar de schuld ligt?

Als dat al zou kunnen?

 

Nee!

Ik denk dat je ten allen tijde een vergevingsgezinde houding kunt aannemen.

En soms, soms betekent dat dat jij besluit ergens niet meer op terug te komen,

als het ware een hekje te zetten om dat wat was.

Niet eindeloos wachten op schuldbekentenis die toch niet komt,

niet telkens terugkomen op wat die ander in boosheid riep,

en gelijk willen krijgen daar

daar moet je al helemaal niet op wachten.

 

Ja, vergevingsgezindheid uit zich sowieso

soms veel meer in daden dan in woorden,

vergeving is soms meer on- dan uitgesproken :

dat je elkaar weer ziet en groet,

dat je weer daar komt,

dat je weer samen overlegt,

dat je je blik richt op de gezamenlijke toekomst.

 

Vergeving is dus gericht op de toekomst

maar verandert ook je blik op het verleden.

Zeggen we niet,

vergeven én vergeten ?

Nou..

Ik citeer:

'Vergeven wil niet zeggen vergeten.

Als je iemand vergeeft, kan de herinnering aan de wond

je nog lang bijblijven, een leven lang zelfs.

Soms draag je die herinnering als een zichtbaar teken in je lichaam mee,

maar vergeving verandert de manier waarop je je het herinnert

Het verandert de vloek in zegen.

Als je je ouders hun echtscheiding kunt vergeven,

je kinderen hun gebrek aan aandacht,

je vrienden hun trouweloosheid op de momenten dat je ze nodig had,

je artsen hun slechte adviezen,

dan hoef je jezelf niet langer te zien als slachtoffer

van gebeurtenissen waarop je geen invloed had.

Vergeving brengt ons terug bij onze innerlijke kracht,

het zorgt ervoor dat wat er gebeurde ons niet kapotmaakt,

maar de wijsheid van ons hart verdiept.

Vergeving geneest de herinnering''

 

aldus Henri Nouwen, die van huis uit Nederlandse priester en pastor,

wiens boeken door o.a. Hilary Clinton in Amerika werden geroemd.

 

Is vergeving geen dagelijks woord,

het is zeker iets van deze tijd.

Want zolang er schuld is, is er vergeving nodig. 

En waar mensen samenleven, zal er schuld blijven.

 

Te lang heeft men in de kerk schuldbesef vereenzelvigd met 

een algeheel besef van de slechtheid en verdorvenheid van dé mens,

dus ook jij.

Maar met slechtheid heeft schuld in eerste instantie,

hoe gek dat ook klinkt, niets mee te maken.

Weten van schuld betekent namelijk allereerst

dat je weet van de verantwoordelijkheid van de mens.

 

Want ondanks alle beperkingen staat dat, positief, voorop:

de mens is geschapen als een verantwoordelijk wezen.

Geroepen om te leven met God en mensen,

en om in vrijheid te antwoorden op die roep.

 

Wie gelooft in deze verantwoordelijkheid van de mens,

-en wie niet!-

moet ook van schuld willen weten.

Moet willen weten van al die keren dat je het doel of die kans mist.

Misdaden, misdrijven, misbruik, mishandeling;

en ook misrekening, misverstanden, miscommunicatie, misvattingen.

In kleine, maar ook in grotere kring.

 

Schuld is van alle tijden en van alle mensen,

laten we hopen en bidden

dat ook de daad van vergeving dat blijft.

Tussen mensen, maar ook tussen landen en volkeren.

 

Jezus maakt het zichtbaar en kenbaar:

God wil telkens opnieuw beginnen

en  geeft telkens een nieuwe kans.

Wie ben jij dan om een ander zo’n nieuwe kans te ontzeggen?

 

Het is die wisselwerking die in het Onze Vader naar voren komt.

Het is die wisselwerking die uit de gelijkenis spreekt.

Wie iets ontdekt van Gods lijden aan onze schuld

is bereid zelf te lijden aan de schuld van een ander.

En pas wie daar ernst mee maakt,

kan met een eerlijk gezicht God om vergeving vragen.

 

 

 

Een begenadigd mens die voor een ander ongenadig is,

die is on-uitstaanbaar, dat is on-bestaanbaar

in het Koninkrijk van God.

 

Een koning die zijn dienaar alles vergeeft,

kan eigenlijk niet bestaan.

Maar hij bestaat

en hij heet God.

 

Amen