Preek en gedichten zondag 7 oktober

Beste mensen, gemeente van Christus.

U koos voor: even niks anders, gewoon luisteren naar de preek

Nou ja, gewoon. Gewoon is anders, want ik sta hier nu en gewoon is dat ook ik daar zou zitten en zou luisteren.

Nogal anders dus.

Lezing Efeziers 4 : 17-32 daar lezen we onder andere in vers 20 NBG-vertaling: maar (gij) jullie geheel anders, jullie (gij) hebben Christus leren kennen.

Heb je geloof of religie nodig om goed, om anders te zijn? Frans de Waal, hoogleraar Psychologie aan de Emory University in Atlanta keek met die vraag in het achterhoofd naar apen en andere dieren.

Chimpansees hebben nog nooit een kerk opgericht en hoewel geen mensen zou je kunnen zeggen dat ze zonder god, als heidenen leven. Toch ontdekte hij dat met name deze primaten wel degelijk medelijden kennen, zorgzaam met elkaar omgaan en zelfs vormen van rechtvaardigheid worden toegepast. Hij schreef daarover het boek De bonobo (een chimpansee soort) en de tien geboden.

Vorige week hoorden we, wie niet tegen ons is, is voor ons. Let op: niet wie niet voor ons, enz.. Waaruit je zou kunnen opmaken: goed doen en goed leven is niet uitsluitend voorbehouden aan gelovigen.

Wat is dan de rol van het geloof, van religie en waarom dan de uitroep: maar jullie helemaal anders, jullie hebben Christus leren kennen?

Niet iedereen die niet gelooft leeft losbandig, heeft loze denkbeelden, spreekt vuile taal en kent geen liefde maar alleen maar haat. Toch?

U heeft toch ook wel vrienden, kennissen, misschien kinderen, die niet naar de kerk gaan, zeggen niet te geloven, maar die wel een goed leven leiden. Die goed zijn voor anderen en vol van medeleven en anderen vergeven en helpen.

Ik vind dat altijd een lastige. Voor zover ik weet, handelde Nelson Mandela niet uit geloof of religie. Hij beriep zich daar niet openlijk op. Toch zal niemand, ook christenen niet, ontkennen dat hij een goed mens was. Sterker nog hij was anders. Heel anders, kwaad niet met kwaad vergelden, kon kennelijk bovenmenselijk vergeven en inspireerde daarmee andere mensen over de hele wereld. Trouwens ook nu nog.

Nelson Mandela schreef aan Winnie Mandela terwijl hij in de gevangenis zat van Kroonstad het volgende:

….de cel is een ideale plaats om jezelf te leren kennen, om echt en regelmatig het proces van je eigen gedachten en gevoelens na te gaan. Bij het beoordelen van onze vooruitgang als individu, hebben we de neiging om ons te concentreren op uiterlijkheden, zoals iemands sociale positie, invloed en populariteit, zijn rijkdom en opleidingsniveau. Die zijn natuurlijk belangrijk in het bepalen van iemands succes in materiele zaken en het is heel begrijpelijk als veel mensen zich vooral inspannen om daarin veel te bereiken. Maar innerlijke factoren zijn veel belangrijker voor iemands ontwikkeling als menselijk wezen. Eerlijkheid, oprechtheid, eenvoud, bescheidenheid, edelmoedigheid zonder enige bijbedoeling, niet ijdel zijn, klaarstaan om anderen een dienst te bewijzen – kwaliteiten die ieder mens zich gemakkelijk eigen kan maken – vormen het fundament van iemands geestesleven. Ontwikkeling in zaken van deze aard is onmogelijk zonder serieuze introspectie, zonder jezelf te kennen, je zwakheden en je vergissingen. De cel bied je op zijn minst de gelegenheid om je eigen gedrag iedere dag weer te beoordelen, om het slechte te overwinnen en het goede in jou, wat dat ook mag zijn, te ontwikkelen. Regelmatig goed nadenken over jezelf, zeg zo’n 15 minuten per dag voordat je gaat slapen, kan vanuit dit oogpunt heel vruchtbaar zijn. In het begin vind je het misschien moeilijk om negatieve punten in je eigen leven aan te duiden, maar de tiende poging kan een rijke oogst opleveren. Vergeet nooit dat een heilige een zondaar is, die blijft proberen.

Hij moest lijden. 25 jaar in de gevangenis, alleen omdat hij was wie hij was en toch geen wrok. Hij werd president, misschien wel tegen wil en dank en een voorbeeld voor velen.

Voelt u ook overeenkomsten?

Primaten hebben oog voor elkaar, mensen kunnen goed handelen en goed zijn zonder religie of een uiterlijk geloof.

Ik vind dat best lastig. Misschien wel omdat het andere zo duidelijk is. Hou je aan de regels en dan hoor je erbij. Of in ieder geval dat als iemand in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is, dat is allemaal afgoderij, geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus (hoofdstuk 5 : 5).

Een beetje zwart/wit, nou ja een beetje, zeg maar behoorlijk zwart/wit en soms is dat wel fijn. Dan hoef je zelf niet na te denken, immers je weet precies wat goed is en wat niet. Duidelijke grenzen en vooral ook regels. Want dat is wel wat daaraan verbonden is regels. Duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.

Die is goed en die niet, die hoort erbij en die niet. Een veilig eigen clubje. Zou dat de bedoeling zijn. Fijn de dingen doen zoals we ze altijd gedaan hebben en vooral niets veranderen.

Veranderen. Dat betekent ook loslaten en ja dat is blijkbaar altijd lastig.

Het helpen van bedrijven bij veranderingen is zelfs een goed betaald beroep en als je ‘googelt’ op veranderen krijg je meer dan 22 miljoen resultaten. Handel dus, dat veranderen.

Er is verzet tegen veranderen, zowel in het klein als in het groot. Terwijl sommige mensen er prat op gaan dat ze zo gemakkelijk hun eigen stijl, de inrichting van hun huis of zelfs van huis veranderen.

En toch gedurende een mensen leven verandert er nogal wat. Allemaal waren we ooit dat onbevangen kind, dat met vallen en opstaan leert lopen. We wilden immers verder komen. Tieners, twintigers met de toekomst nog voor ons…… Er werden keuzes gemaakt voor een partner, studie en werk. Soms kwamen er kinderen. Allemaal veranderingen die we, naar het schijnt toch tamelijk gemakkelijk ondergingen.

Totdat het net even anders liep. Het werk niet was wat je ervan verwachte, de kinderen andere keuzes maken, je te maken kreeg met een ernstige ziekte……

Dan komt het, zo heb ik zelf ook aan den lijve ondervonden, eropaan. Wat is dan de grond van je bestaan. De vanzelfsprekendheden vallen weg en om bij de terminologie van de tekst van vandaag te blijven: geen andere jas, maar even helemaal geen jas of kleren meer. Je staat er, zo voelt dat, alleen voor en alle veronderstelde zekerheden vallen ineens weg.

Voor mij is anders zijn, veranderen dan ook onlosmakelijk verbonden met loslaten. In de beeldspraak van de tekst, de oude kleding die je uittrekt, loslaat en achter je laat.

En dat vinden we griezelig, toch? Loslaten terwijl je niet weet wat ervoor in de plaats komt. Je lot in handen leggen van…… ja van wie eigenlijk.

In mijn geval waren dat de doctoren en een verpleegkundige die letterlijk zei: vanaf nu beheer ik je agenda. Toch probeerde ik vast te houden aan wat voor mij ‘normaal’ was. Want ‘normaal’ dat is vertrouwd en dan denk je te weten waar je aan toe bent.

Denk je te weten ja, want het is bedrieglijk. We weten niet wat ons morgen brengt. We weten niet hoe het ons zal vergaan, zelfs niet als we schijnbaar alles onder controle hebben.

Durf het aan, trek uit die oude kleren. Er komen nieuwe kleren voor de in plaats. Het is ons beloofd. Want we menen het toch als we elke zondag zeggen: Hij laat niet los het werk van Zijn handen?

Dat geloven we toch. Ik ben, Ik zal er zijn. Ik ben voor jou als nieuwe kleren. Ik zal je verwarmen en opvangen als je valt.

Maar dan moet jij ook lef tonen. Dan wordt er ook wat van jou verwacht. Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft (vers 25).

Terug naar de vraag die ik opriep aan het begin. Wat is de relatie tussen geloven en goed doen.

Die vraag is van alle tijden, ook in de Bijbel komt het regelmatig naar voren. Vaak in termen van voor wat hoort wat. Als ik jou goed behandel, dan komt dat vanzelf terug.

Ook dat ontdekte Frans de Waal bij zijn apen. Wie goed doet, goed ontmoet.

En dat is allemaal mooi en goed. Ik weet ook niet precies hoe het zit en hoe dat werkt.

Misschien hebben wij ook wel makkelijk praten. We leven in vrede, kunnen naar de kerk en worden niet bedreigd. Dat zijn zo van die zekerheden die je niet gemakkelijk uit handen wil geven.

Heel anders dan de mensen die in armoede met oorlog of natuurgeweld moeten leven. Die hun leven achter zich laten, vluchten en niet weten waar ze terecht komen, of ze met open armen en nieuwe kleren worden ontvangen. Helaas zien we dat landen die zich Christelijk noemen zich daar zelfs voor afsluiten. Misschien is dat het verschil tussen geloven en religie. Tussen weet hebben van afhankelijkheid van God en leven volgens de regels.

Ergens las ik ooit de tekst: God zegt ik maak geen onderscheid, dat doen de mensen zelf.

In een tweespraak naar Psalm 42 zegt Huub Oosterhuis het zo:

Mensen denken ‘almachtig’, mensen noemen mij ‘god’ maar ik ben die ik ben en even machtig als de mensen goed zijn.

Maar dan is alles verloren, naar willekeur moorden de mensen.

De mensen zijn geschapen tot vrijheid, met een hart dat voorvoelt waar recht is en wat onrecht. Dat noem ik vrijheid. Ik wil vriendschap en gelijkwaardige liefde.

Toch zie ik wel wat er gebeurt. Ik hoor het bange schreeuwen, de noodkreet van verdrukten. Maar ook wat er nog niet is zie ik. Voor mijn ogen, hun komende bevrijding, dat zij tot vrijheid groeien, dat ze elkaar bevrijden en doen leven. Ik weet wat er ooit zal zijn. Mensheid naar mijn beeld is nog maar pas begonnen.

Maar hoelang nog duurt dit voort?

Werd ooit een land in een dag geboren, een huis gebouwd in drie dagen? Wie temt met een vuistslag de zee, wie oogst op de dag van het zaaien?

Ik zal er zijn is mijn naam. Liefde geworden in mensen, in mensen god zal ik zijn.

Ik ben het die deze woorden zegt, wij zijn het die ze doen. De aarde zal het aanschouwen.

Ook wij zijn kwetsbaar, het kan zomaar, in een oogwenk veranderen. Dan moet je wel loslaten en wie vangt je dan op?

Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.

Maar jullie helemaal anders…. In de nieuwe vertaling staat er: maar zo hebt u Christus niet leren kennen.

Misschien maakt dat het verschil. Doordat we Christus hebben leren kennen laten we ons erop aanspreken. Is dat soms het anders-zijn?

Maar jullie helemaal anders, gaat denk vooral om jezelf. Om je binnenste. Voel je je anders omdat je weet hebt van Christus, van vergeving en laat je God toe in je leven en geef je je aan Hem over?

Durven we erop te vertrouwen dat God niet loslaat, Hij er zal zijn als het erop aankomt? Geloven we dat het kan, een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont? Waar geen plaats meer is voor verdriet, tranen zullen van de ogen worden gewist en waar we volkomen vrij zijn.

Dat is niet alleen een toekomstperspectief, het krijgt nu al – zij het langzaam – vorm. Soms is het even zichtbaar. Maar wij zijn geen toeschouwers, wij helemaal anders dragen mede de verantwoordelijkheid. Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.

Dat gaat met vallen en opstaan, maar als we dat aandurven dat zit het ons als gegoten.

Als een nieuwe jas, de zorg voor mensen, de liefde voor elkaar, dat is vanzelfsprekend, belangeloos omdat we weet hebben van vergeving, kunnen loslaten omdat we worden opgevangen. Zonder angst voor wat er op ons afkomt, onbevangen, met open vizier, vertrouwend op God, die niet loslaat wat Hij is begonnen. Zo zullen wij -in Godsnaam- de wereld een beetje mooier kleuren. Doe je mee?

 

Zwart wit Birgit Lewis

 

Gedichten

 

Laat je geest tot

Rust komen en

Sluit je ogen.

Wees stil

Voel de zon

Op je huid

Hoor het tjilpen

Van de vogels.

Geniet van je

Zintuigen.

Geniet van het leven.

 

Pam Brown

 

 

       Tuin

In mijn hoofd is langzaamaan een tuin gegroeid.
De zon schijnt er altijd, er bloeien blauwe bloemen.
Onder een dikke boom een bank. Ik ga er zitten
en krijg gezelschap. Soms komt die en dan weer die of die.

 We praten. ‘Ik mis je,’ zeg ik en de ander zegt:
‘Ik was er toch? We dansten, schreven, lachten, weet je nog?
Ik raakte je, daar was ik blij om. Had je het willen missen?’

‘Nee,’ zeg ik, ‘nee, dat niet. Maar blijf je komen?’
‘Zolang ik kan. Dat is beloofd. Dit is een mooie plek.’

 In mijn hoofd is langzaamaan een tuin gegroeid
die ik steeds vaker zal bezoeken.

        Edith de Gilde (1945)

 

 

Levensweg

 

Vele wegen kent het leven, maar van al die wegen is er een die jij te gaan hebt.

Die ene is voor jou. Die ene slechts. En of je wilt of niet, die weg heb jij te gaan.

De keuze is niet de weg, want die koos jou. De keuze is de wijze hoe die weg te gaan.

Met onwil, om de kuilen en de stenen. Met verzet, omdat de zon een weg

Die door de ravijnen gaat, haast niet bereiken kan.


Of met de wil, om aan het einde van de weg milder te zijn, en wijzer, dan aan het begin.

De weg koos jou. Ben jij bereid te gaan?

 

Hans Stolp, uit kijken met de ogen van je hart.