Preek zondag 25 november

Doopdienst  Zondag 25 november 2018

Preek Ds. T. Bouw bij Rechters 9 : 7 - 15 (en Matteüs 21 : 1 - 5)

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

Er was eens....

Er was eens een klein meisje.

Ze nog niet lopen, ze kon nog niet praten.

En toch was voor dat kleine meisje

een hele zaal vol gestroomd

om met ontroering mee te maken

hoe er drie maal wat water

over haar hoofd zou worden gegoten

en daarin iets van God te bespeuren.

Er was eens..

Ja, want het lijkt wel een sprookje!

Niet voor niets.

Soms biedt het leven zoveel moois

dat we het graag zo benoemen:

sprookjesachtig!

 

Maar er is ook een andere kant.

Sprookjes! zeggen wij minachtend

als iemand dingen beweert

die ver naast de waarheid raken.

En als het gaat om geloven

in een God die je niet kunt zien

in Jezus die dood was en toch leeft

is het niet zo gek

als mensen denken dat dat allemaal

iets te mooi is om waar te kunnen zijn.

Velen verwijzen

-soms met spijt-

al die geloofsverhalen

naar het rijk der fabelen.

Dan zitten ze vandaag goed.

 

 

 

 

Want dat is nu juist wat we vandaag hoorden:

niets anders dan een fabel.

Een verhaal waarin bomen dingen kunnen

die normaal gesproken nergens op slaan:

ze spreken, ze lopen,

ze zijn op zoek naar een koning.

 

Het boek Rechters is overigens niet echt

een boek om gezellig voor het slapen gaan

aan je kind voor te lezen.

Het staat vol moord en doodslag.

Niet omdat de bijbel  of God dat goed zou keuren,

maar om te laten zien hoe slecht het af kan lopen

als mensen niet naar de goede geboden leven

maar zoeken naar eigen macht en eer

en onderdrukking van de ander.

Gaf Gideon nog redelijk het goede voorbeeld,

zijn zoon Abimelech maakt er een potje van.

Hij weet het voor elkaar te krijgen zijn zeventig broers

een kopje kleiner te maken,

om zo als alleen-heerser aan de macht te komen.

Daarbij maakt hij sluw gebruik van het aloude verlangen

van het volk naar één sterke leider, liefst een echte koning!

 

Als enige ontsnapt de jongste van de broers -

geen punt, want de minst belangrijke, de minst gevaarlijke.

Maar de schrijver laat juist deze Jotam vertellen:

een verhaal

over

hoe de bomen op zoek gaan naar een koning

bij olijfboom,  vijgenboom en wijnstok bot vangen

om uiteindelijk er een zo ver te krijgen:

de doornstruik..

Maar wat hebben ze eigenlijk gevonden?

Een struik die geen boom is,

schaduw die geen bescherming kan bieden

prikkels die zullen leiden tot vernietiging

zo krachtig dat de koning onder de bomen,

de ceder van de libanon,

er niet tegen bestand zullen zijn.

 

Een sprookje, maar wel één die

de waarheid schrijnend bloot legt.

Want de stekelige koning Abimelech zal een keten van

dood en verderf tot stand brengen,

zo blijkt uit het vervolg.

De fabel van Jotam.

Geen fabeltje

maar zeer waarheidsgetrouw.

 

Het is toch nog steeds waar

dat mensen in tijden van crisis

gaan roepen om sterke leiders?

Het is toch waar dat de combinatie

van geld en macht verslavend werkt?

Het is toch waar

dat we onze kinderen moeten laten opgroeien

in een wereld die vaak allesbehalve sprookjesachtig is?

 

In zo’n wereld blijven we elkaar daarom vertellen:

er was eens een koning

die anders was dan alle andere!

 

Gideon, de vader van Abimelech en Jotam,

wist van deze koning

en juist daarom weigerde hij de kroon

toen zijn volgelingen hem die aanboden.

God is jullie koning! hield hij hen voor.

 

Daarmee schoof hij zijn verantwoordelijkheid niet af

maar zette die in het juiste licht en perspectief.

Als je God ziet als de koning der wereld

weet je dat het eigen koningschap nooit absoluut kan zijn,

als mens blijf je gewoon mens, één van de velen,

als mensen zich als goden gaan gedragen gaat het mis.

Als je God ziet als de koning der wereld

weet je dat het eigen leiderschap geen kwestie is

van plezier hebben in de baas spelen

of machtig zijn om het machtig zijn.

 

Die weet dat leiderschap en koningschap

bedoeld is om de ánder tot zijn recht te laten komen

om vrede te brengen en gerechtigheid.

Zo heeft immers God zelf naar zijn mensen omgezien,

zo heeft Jezus onder ons gewoond,

zoals het verhaal van advent en kerst ons weer vertellen gaat.

Hem die wij in geloof ook noemen : Koning !

Echter geen stekelige hardvochtige koning,

maar eentje op een ezel,

zachtmoedig en barmhartig.

 

Er was dus eens een koning

die anders was dan alle andere

 

Dit soort koningen brengen ons licht en leven

in een wereld die soms donkerder is

dan het meest duistere sprookje.

 

Als een licht in het donker

zijn er dan verhalen als deze,

vol wijsheid.

Want die bomen hadden er veel beter aan gedaan

die bomen te verkiezen

die langdurig voor licht konden zorgen

door de olie van de olijven,

die bomen te kiezen

die langdurig voor leven konden zorgen

door vrucht van vijgenboom of wijnstok.

Juist daarin zijn ze al koninklijk,

en juist hun afwijzing om

een beetje boven de anderen uit te wuiven

maakt hen betrouwbaar.

Want wie boven de anderen uit gaat steken

loopt het risico te worden als bomen

die vooral boven de anderen uit willen wuiven

gewoon, omdat het zo akelig plezierig voelt.

Maar wat zijn er een risico’s.

Je begint neer te kijken op de kleinere bomen

en dat kleine onooglijke struikje zie

je natuurlijk al helemaal niet meer!

Zoals die kleine onaanzienlijke Jotham

zoals al die mensen die

al hun moed en kracht nodig hebben

om in het dagelijks leven

voort te blijven kunnen gaan.

 

Je voelt je dan soms niet meer gezien

gaat vergeten trots op je zelf te zijn

of mild te blijven kijken naar jezelf

of je soms niet zo wijze omgeving.

 

Maar daar steekt God hier een stokje voor!

De kleine onaanzienlijke Jotham

blijkt hoger te klimmen

en groter te groeien dan de hoogste boom.

De eerste wordt de laatste,

de kleinste wordt de grootste.

Als in een sprookje wordt juist hij

op zo’n hoge berg geplaatst

dat ieder hem kan zien en horen.

Machteloos als hij lijkt

heeft hij toch een wapen, een heel machtig wapen:

het woord

een vertelling, een verhaal

waarin hij mensen  toen en nu

de spiegel der waarheid voorhoudt

en van hun zelfgemaakt

voetstuk laat vallen.

 

Klein of groot, zwak of sterk:

ieder heeft zijn eigen waarde

gewoon maar door te zijn

wie je bent

zoals in een bos

iedere boom, iedere struik

eigen waarde en waardigheid heeft

 

 

 

 

Juist door iets heel kleins

juist nu dat zij er is

ontdekten jullie op een nieuwe manier

wat van waarde en wat wezenlijk is:

dankbaarheid

onvoorwaardelijke liefde

mensen die er echt voor je zijn -

nu dat zij er is

kwam er niet alleen nog meer verbinding

maar ook meer verdieping;

waar gaat het eigenlijk ten diepste om

in ons leven en in deze wereld?

 

Die vraag stellen wij ons hier telkens opnieuw.

Nee, het leven is vaak allesbehalve een sprookje

en soms zien we door de bomen

geen enkel bos meer

maar we houden ons vast

aan geloof

aan hoop

en vooral aan de liefde -

om niet te gaan zweven

om niet ontworteld te raken

 

Er was eens een Koning  anders dan alle andere

die ook is, en komen zal.

 

Een sprookje?

Voor wie durft  in ieder geval

te mooi

om niet waar  te zijn.                  

 

 

Amen