Preek zondag 13 januari

Preek Ds. T. Bouw op zondag 17 februari 2019

in de Protestantse Gemeente i.w. te Zaltbommel,

bijeen in het Anker.

 

Bij Lucas 6 : 17 - 26

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

 

´´Jullie zijn rijk`` zei ze op een dag.

Ik keek mijn vriendinnetje verontwaardigd aan.

´´Nietes´´ zei ik, ´´welles´´ klonk het overtuigd.

Ik viel stil.

 

Waarom herinner ik mij dit nog uit mijn kindertijd?

Ik denk omdat ik het voelde : een afstand, een verwijdering,

een bedreiging van onze vriendschap.

En veel later, toen ik me kon realiseren wat haar thuissituatie was,

wist ik : ze had gelijk.

Vergeleken met haar waren wij rijk.

Alles was beter en we hadden duidelijk meer geld.

 

Geld, ja daar moet het vandaag over gaan,

over rijkdom en armoede en wat daar in geloof over te zeggen valt.

 

Geld maakt niet gelukkig, zo leren wij.

En dat klopt natuurlijk

de mensen met het allermeeste geld zijn

niet automatisch de allergelukkigste mensen op aarde; 

we weten : niet de rekening op je bank maakt je echt gelukkig

eerder de mensen met wie je lekker op je bank zit.

Maar voor echt rijke mensen zijn relaties nog niet zo simpel:

ze hebben iets van je nodig, ze praten je naar de mond,

ze zijn jaloers of wantrouwen je van tevoren.

Nee, geld maakt niet perse gelukkig.

Maar het omgekeerde is zeker waar:

geldzorgen en geldgebrek en geldschulden,

die maken ongelukkig

en armoede is een van de grootste problemen op aarde.

Wie onder ons daar mee te maken heeft of heeft gehad

weet hoe dat voelt, weet hoe dat is, weet wat dat met je doet.

En wie er mee te maken heeft of heeft gehad

in andere gebieden in onze wereld die weet hoe

het eruit ziet, hoe het ruikt,

en die weet, terug gekomen,

ze hebben gelijk,

wat zijn wij hier ongelofelijk rijk;

En wie er op studeert die weet hoe armoede

een voedingsbodem is voor onvrede

voor frustratie, voor extremisme.

Er is niks fraais of romantisch aan armoede.

 

''Gefeliciteerd, gelukkig jullie die arm zijn,

want van jullie is het ​koninkrijk van God.”

 

En dan komt Jezus met deze woorden aanzetten.

Dat zou dus kunnen klinken als een romantisering

of zelfs verheerlijking van armoede.

Iets wat vooral rijken door de eeuwen heen goed uitkwam

want dan hoef je er ook niks aan te doen

en zo lang geleden is het niet dat op mijn jeugdvereniging

met droge ogen beweerd werd dat armoede door God gewild is.

 

Maar als je Jezus kent

en als je Lucas zijn werk kent,

zijn evangelie samen met het boek Handelingen,

dan weet je wel beter.

Dan is het volstrekt helder wat God wil:

een wereld

zonder mensen in armoede,

zonder mensen met het alleenrecht

zonder mensen die overheersen,

een nieuwe wereld waarin

mensen als vrienden samenleven.

Het Koninkrijk van God.

En deze Jezus belichaamt dát Koninkrijk.

 

En we zien hem staan

daar op die grote vlakte

met uitzicht naar alle uiteinden der aarde

met zicht op al die mensen

een groot aantal

van al zijn leerlingen

en een groot aantal

van de mensen uit het volk.

 

En hij prijst de armen gelukkig

niet om ze heilig te verklaren

niet om ze zoet te houden

en te zeggen

wacht maar straks wordt alles anders,

maar omdat het anders is bedoeld

en anders zou moeten zijn.

Daarom wordt vanaf het begin

in de hele Bijbel duidelijk

dat armen Gods bijzondere aandacht hebben

en het is bij Jezus niet anders,

het is zo Vader zo Zoon.

 

Bij Lucas lezen we van de hoopvolle verwachting

van díe nieuwe wereld

een nieuwe mensengemeenschap

in en door Jezus

met een geestdrift en

levensstijl die daarbij hoort.

De eerste gemeente beschrijft hij dan ook

als een gemeenschap van mensen

met als voornaamste kenmerk

dat zij alles, geld en goed,

gemeenschappelijk hadden,

naar die grondwet

van het Koninkrijk van God.

 

 

En dan beginnen voor ons de problemen..

Dat in Gods nieuwe wereld

alles andersom zal zijn a la

maar wij kunnen toch niet alles

radicaal anders gaan doen

en radicaal anders gaan maken?

Dat is toch niet realistisch?

En de geschiedenis heeft toch geleerd

dat wie dacht een ideale wereld

te kunnen scheppen

van een koude kermis is thuis gekomen?

 

Er zijn daarom talloze pogingen gedaan

om deze harde boodschap van Lucas te verzachten;

al moet ik erbij zeggen

dat die poging tot verzachten

niet van de armen kwam,

maar vooral van de rijken,

zij die het wél hebben

geld, goederen, bezit, welvaart.

 

Wee jullie die rijk zijn!

Jezus steekt de armen onder zijn gehoor een hart onder de riem

maar geeft de rijken onder zijn gehoor van katoen.

Want geld mag dan niet gelukkig maken

ons gedrag doet vaak anders vermoeden.

Als je er eenmaal van hebt,

wil je vaak nooit minder,

alleen maar meer ;

veel geld verdienen

en rijk worden staat nog steeds

hoog in het lijstje van geluk;

geld is macht

wiens brood men eet

wiens woord men spreekt

en of iets goed is of niet

wordt als wij niet oppassen

bepaald door hoeveel

geld iets wel of niet kost.

Ja, geld doet rare dingen met ons

en blijkbaar geven we dat patroon over

van generatie op generatie

en hanteren we systemen

die rijkdom en armoede in stand houden

of die rijken alleen maar rijker maken

en armen alleen maar armer.

 

Daarom is Lucas zeer scherp tegen de rijken.

Niet omdat dat slechte mensen zijn

niet om ze bij voorbaat af te schrijven

maar omdat juist zij,

die wel bij machte zijn

dingen anders te laten worden

er tegelijk het meeste baat bij hebben

de dingen te houden zoals ze zijn.

 

Als er iemand is die ons wakker houdt

dan is het dus Lucas,

met zijn uiterst concrete versie

van de zaligsprekingen.

 

Naar Gods diepste bedoelingen met de mensengemeenschap

hoeven we niet te zoeken,

die zijn glashelder in Jezus en zijn proclamatie van Gods Koninkrijk

en die moet je ook vooral niet afzwakken.

 

Maar we hebben geen andere keus

dan te zoeken naar de vertaalslag

voor ons leven hier en nu

als het gaat om omgaan met geld en goed

en deze dienst zet ons daarover

weer eens aan het denken.

 

 

 

 

 

 

Dan maakt het ook hier allereerst zoveel uit

hoe je er financieel voor staat.

Omkomen van de honger gebeurt hier niet,

maar toch kun je wel degelijk bij de armen horen

al probeer je dat zo goed mogelijk te verbergen

en probeer je vooral je kinderen

niet in het sociaal isolement te laten schieten

waar armoede zo vaak een handje van heeft.

Dus ''ach wij rijken'' waar we de dienst mee begonnen,

dat is ook in Nederland maar relatief

daarom is er iets als een voedselbank

wat eigenlijk een schande is

in een van de rijkste landen ter wereld.

 

Omgaan met geld en goed

hoe doe je dat

in geloof

want daar gaat het om

in geloof.

Niet dat het geloof overal verstand van heeft

en theologen zijn geen economen

maar het geloof wil wel

dat je je bij alles afvraagt

waartoe je in geloof geroepen bent.

Zeker omdat geld heel vaak veel gedoe geeft.

Families scheuren bij conflicten over geld, zaken of erfenissen.

Een geldverslindende hobby of verslaving leidt tot de nodige ellende.

 

En sowieso moet je het in een huishouden eens zien te worden over de besteding van geld:

*wat gaat er naar je basisbehoeften en wat versta je daar onder

*hoe zit het met wat je verdient aan arbeid, handel, ondernemen

*wat geef je weg aan de ander en aan goede doelen

*wat besteed je aan de volheid van het leven :  je sport, je hobby, je huisdier, je kleding, je huis en tuin, lekker eten en drinken, boeken en films, krant en media, muziek, kunst en cultuur, feesten en festivals, reizen, vakantie en noem maar op..

 

Hoe denken we daarover na?

En betrekken we dan ook de geloofsdimensie erbij?

In het licht van Jezus' woorden , in het licht van Gods Koninkrijk?

Misschien dat we erover nadenken,

maar er met elkaar over spreken, dat wordt lastig.

Men zegt wel dat het grootste taboe in Nederland

 je geld en je inkomen is.

 

Lastig dus. Maar in geloof valt wel iets met zekerheid te zeggen.

Voorop staat dat geld nooit maar dan ook nooit een doel op zich is,

maar altijd een middel.

Doel is altijd het leven.

Het leven met elkaar en met God,

in wereld, huis en kerk.

Gebruiken wij ons geld

om dat leven mogelijk te maken

en waar mogelijk in volheid te vieren?

Hoe eens je het er ook over bent

dat je verantwoord en eerlijk met je geld moet omgaan,

dan nog kun je het met elkaar oneens zijn

over de precieze besteding en verdeling van geld-

over wat nodig en wenselijk en wijs is;

niet iedereen zou dezelfde keuzes maken

zeker bij veranderingen

als je niet verder kunt op de oude voet

maar ook niet weet wat de toekomst brengt.

 

In geloof weten we :  geld is een middel,

leven en samen leven is het doel

Laten we ons daarom

hoeden voor

wat zeker zonde is

en wat ik in mijn kindertijd al proefde

bedreigde vriendschap

verbreking van gemeenschap

verwijdering en verdeeldheid

 

In Lucas' dagen leidde de maatschappelijke kloof

tussen rijk en arm

helaas ook tot een kloof

 in de christelijke gemeente.

 

Tot op de dag van vandaag bepaalt ook bij ons

status of positie in de maatschappij

soms meer hoe we naar elkaar kijken en met elkaar omgaan,

dan het geloofsbesef dat wij allen gelijk zijn in Gods ogen.

En oud zeer op dit punt steekt zomaar weer de kop op,

voelen sommigen weer de vernedering of kleinering.

 

Maar, zo dacht ik,  misschien is tegenwoordig

nog wel erger dat wij in onze kerk

de maatschappelijke verdeeldheid

steeds mínder weerspiegeld zien in onze gemeenten.

Waarom zijn wij geen afspiegeling van de volle breedte van de samenleving?

De middenklasse en bovenklasse

mensen die het over het algemeen goed

of in ieder geval niet slecht getroffen hebben,

die zijn goed vertegenwoordigd.

Maar waar is de rest?

En waarom zijn we die onderweg kwijt geraakt?

 

Jezus raakte onderweg niemand kwijt.

Hij verzamelde ze allemaal om zich heen

de discipel en de belangstellende,

de rijke en de arme,

degene die huilt en degene die lacht

en voor ieder had hij een woord

troostend of vermanend

je wordt aangesproken

je wordt toegesproken

om in al wat vluchtig is

al wat nietig is

te zoeken

naar wat werkelijk van waarde is.

Amen